Steeds meer gemeenten en maatschappelijke organisaties brengen onderwijs, kinderopvang, welzijn, sport, cultuur en zorg samen in één multifunctionele accommodatie (MFA). Dat kan veel opleveren. Voorzieningen kunnen behouden blijven, ruimten worden beter benut en voor inwoners ontstaat één herkenbare plek voor verschillende activiteiten en diensten.
Maar functies onder één dak plaatsen, maakt een gebouw nog niet automatisch multifunctioneel.
Het succes wordt uiteindelijk bepaald door de manier waarop organisaties met elkaar samenwerken en afspraken maken over gebruik, beheer, exploitatie en financiën.
Begin niet met vierkante meters
De aanleiding voor een MFA is vaak heel concreet. Een schoolgebouw is aan vervanging toe, een dorpshuis heeft onvoldoende toekomstperspectief of verschillende organisaties hebben behoefte aan nieuwe huisvesting. Het gesprek gaat daardoor al snel over oppervlaktes, investeringen en plattegronden.
Juist dan is het belangrijk om eerst een andere vraag te stellen: wat willen de betrokken organisaties samen mogelijk maken voor de mensen in het dorp, de wijk of de gemeente?
Een MFA is namelijk meer dan het samenvoegen van afzonderlijke ruimtebehoeften. Organisaties kunnen elkaar versterken, maar hun belangen en dagelijkse praktijk kunnen ook botsen. Een school vraagt bijvoorbeeld om veiligheid en rust, terwijl een wijkvoorziening juist toegankelijk en levendig moet zijn.
Daarom moet vooraf duidelijk worden welke functies daadwerkelijk meerwaarde hebben voor elkaar, welke voorzieningen gedeeld kunnen worden en waar juist behoefte blijft aan een eigen plek. Vanuit die keuzes kan vervolgens een gebouw worden ontwikkeld dat de gewenste samenwerking ondersteunt.
Onderwijs als onderdeel van een MFA
Scholen vormen regelmatig een belangrijke drager van een multifunctionele accommodatie. Ze hebben een vaste positie in een wijk of dorp en brengen dagelijks kinderen, ouders, medewerkers en andere betrokkenen samen. Dat biedt kansen voor verbinding met bijvoorbeeld kinderopvang, sport, bibliotheek, welzijn en zorg.
Tegelijkertijd vraagt die combinatie om zorgvuldige keuzes. Onderwijshuisvesting kent eigen wettelijke en financiële kaders. Gemeenten hebben een zorgplicht voor adequate huisvesting van scholen, terwijl voorzieningen voor bijvoorbeeld kinderopvang, welzijn, cultuur of commerciële activiteiten daar niet zonder meer onder vallen.
Ook praktisch moeten zaken vooraf goed worden geregeld. Wie gebruikt de gezamenlijke entree? Hoe wordt een gymzaal verdeeld? Wie is verantwoordelijk voor toezicht, schoonmaak en veiligheid? En hoe worden de kosten van gedeelde voorzieningen verdeeld?
De meerwaarde zit daarom niet in zoveel mogelijk gezamenlijk gebruik. Het gaat om een bewuste keuze tussen wat organisaties samen doen, naast elkaar organiseren en gescheiden willen houden.
Bepaal hoe intensief je werkelijk wilt samenwerken
'Samenwerking' kan binnen een MFA verschillende dingen betekenen. Organisaties kunnen uitsluitend hetzelfde gebouw gebruiken en verder zelfstandig functioneren. Ze kunnen ook bepaalde voorzieningen delen, zoals een keuken, ontmoetingsruimte, gymzaal of buitenruimte.
Een volgende stap is inhoudelijke samenwerking. Organisaties stemmen dan bijvoorbeeld activiteiten af rond talentontwikkeling, gezondheid, ouderbetrokkenheid of ondersteuning. Bij een integraal kindcentrum kan de samenwerking nog verder gaan en worden onderwijs en opvang vanuit één gezamenlijke visie georganiseerd.
“Het ene model is niet per definitie beter dan het andere” aldus Debbie Pfaff (adviseur HEVO). Wel moet het gekozen model passen bij de ambities én bij wat organisaties daadwerkelijk kunnen en willen organiseren.
Wie een gebouw ontwerpt voor vergaande samenwerking zonder hierover vooraf overeenstemming te hebben, creëert een risico voor de latere exploitatie.