Door leerlingendalingen en bezuinigingen raakt steeds meer onderwijspersoneel in het primair onderwijs zijn baan kwijt. Als het aantal werklozen verder groeit, neemt de kans op het vinden van een nieuwe baan af. Meer mensen solliciteren op dezelfde vacature.
Dat blijkt uit het onderzoek ‘Arbeidsmarktknelpunten in het primair onderwijs’ van het Participatiefonds uit Rotterdam en uit ramingen. Het Participatiefonds wil op tijd knelpunten op de onderwijsarbeidsmarkt signaleren en waar mogelijk bijdragen aan oplossingen. CAOP Research heeft het onderzoek uitgevoerd.
Participatiefonds-directeur Franz van Dijk: ‘Tussen 2016 en 2019 krijgen de scholen weer te maken met veel vacatures voor leerkrachten omdat veel ouderen met pensioen gaan. Om vanaf 2016 genoeg en goed opgeleide leerkrachten te hebben, moeten scholen juist bestaande kennis en ervaring en ook jonge leerkrachten binnenboord kunnen houden. Dat zou kunnen door het geld dat opgaat aan uitkeringen van ontslagen leerkrachten, deels productief te blijven inzetten voor het onderwijs. Coach daarmee bijvoorbeeld startende leerkrachten. Dit sluit ook aan op het Regeerakkoord waarin staat dat het onderwijs zich moet ontwikkelen van ‘goed naar excellent’ en daarin is het hebben van voldoende goed opgeleide leerkrachten cruciaal.’
Ontwikkeling aantal vacatures
Waar vijf jaar geleden scholen nog veel vacatures kenden, is landelijk dat beeld op veel plekken verdwenen. Volgens ramingen in een ‘Kamerbrief’ van 3 juli van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gaat landelijk het lerarentekort weer toenemen van 1.400 fulltime banen in 2016 (1,4 procent van de werkgelegenheid) naar 2.700 fulltime banen in 2019 (2,8 procent van de werkgelegenheid). Behalve dat veel leraren met pensioen gaan, daalt op dit moment tevens het aanbod aan afgestuurde leerkrachten van de pabo.
Gebrek aan financiële ruimte
Sinds 2009 is het aantal uitkeringen van onderwijspersoneel flink gestegen: van 2.725 in 2009 naar 3.520 in 2010 en naar 4.879 in 2011 en naar 5284 op 1 oktober 2012. Daarmee nemen de werkloosheidskosten van scholen ook toe. De bekostiging van scholen is vooral gebaseerd op leerlingenaantallen. Omdat die bij veel scholen dalen, kan de financiële positie van schoolbesturen in gevaar komen. Daarnaast ervaren zij een stijging van kosten zoals van de huisvesting. Verder krijgen schoolbesturen geen compensatie voor gestegen premies van werkloosheidsuitkeringen (Participatiefonds) en vervangingskosten (Vervangingsfonds). In 2010 was hun saldo 116 miljoen euro negatief.
Meer ontslagen
Voor het onderzoek zijn onderwijsarbeidsmarktcijfers verzameld en geanalyseerd. In totaal hebben 1.515 schoolleiders en schoolbestuurders meegedaan aan de enquête. Voor het eerst blijkt daaruit dat scholen de komende jaren denken meer personeel te moeten ontslaan terwijl ze vanaf 2016 weer veel leerkrachten nodig hebben. Maar schoolbegrotingen bestaan voor ruim tachtig procent uit personeelskosten en de reserves raken uitgeput. Het onderzoek is gedaan toen er nog sprake was van bezuinigingen op het passend onderwijs waardoor de situatie nu gedeeltelijk anders kan liggen.
Stijging vacatures
Als na 2016 het aantal vacatures weer gaat stijgen, verdwijnt de boventalligheid niet in één keer in het hele land. Werkloze leerkrachten verhuizen niet automatisch naar regio’s met veel verwachte vacatures zoals Zuidelijk Noord-Holland (Amsterdam) en Rijnmond (Rotterdam). Veel leerkrachten zijn vrouwen met parttime banen van wie de partner in dezelfde omgeving werkt.
Aantasting kwaliteit
De helft van de scholen verwacht dat de gevolgen van de leerlingenkrimp en de bezuinigingen de kwaliteit van het onderwijs aantasten. Ook hierover zijn de scholen voor het eerst bevraagd. Dit leidt volgens hen tot grotere klassen en minder aandacht voor zorgleerlingen. Verder zien zij het ziekteverzuim en de werkdruk toenemen en vinden ze de aantrekkelijkheid van het werken in onderwijs achteruitgaan.