Deze week valt bij schoolbesturen de ‘Onderwijsatlas primair onderwijs’ op de deurmat. Geografische kaarten, grafieken en kengetallen geven een samenhangend beeld van recente én toekomstige, vaak regionale, arbeidsmarktontwikkelingen.
Ton Groot Zwaaftink (voorzitter Arbeidsmarktplatform PO): ‘Omdat de arbeidsmarkt een regionaal karakter heeft, bevat de atlas veel regionale gegevens. Zoals over de leerlingenkrimp, de leeftijdsopbouw en de man/vrouw verhouding. Op onze website staat een interactieve Onderwijsatlas zodat de atlas gemakkelijk in de school is te verspreiden. Leraren, stagiaires, ondersteuners en managers zijn vast ook nieuwsgierig naar hun loopbaankansen in de regio of daarbuiten.’
Regionale verschillen
De geografische kaarten brengen in een oogopslag regionale verschillen in beeld. Waar veel noordelijke, oostelijke en zuidelijke gemeenten te maken hebben met een sterke leerlingenkrimp, blijven de leerlingenaantallen in de vier grote steden en hun omliggende gemeenten gelijk, of is juist sprake van een stijging. Daarnaast neemt de komende jaren het aantal leerlingen in veel regio’s in verschillende mate verder af.
Volgens de meest recente gegevens is de gemiddelde leeftijd van leraren 43,5 jaar. Mannelijke leraren zijn gemiddeld ouder dan hun vrouwelijke collega’s. De gemiddelde leeftijd van leraren is het hoogst in Noord- en Oost-Groningen, Maastricht Mergelland en Parkstad Limburg: 45 jaar of ouder. In Utrecht, Almere, de Vallei en Rivierenland zijn leraren gemiddeld jonger dan 42 jaar.
Van de leraren is gemiddeld 14 procent man. In grote delen van Limburg, in Centraal-Groningen, Nijmegen en de Achterhoek ligt hun aandeel hoger. Daar is minimaal 18 procent van de leraren man. Met een aandeel van 12 procent is de score het laagst in Rijnmond, Rivierenland en Haaglanden.
Merendeel tevreden over werk
De Onderwijsatlas bevat ook gegevens over de tevredenheid van het personeel. Zo’n 83 procent van het personeel geeft aan tevreden te zijn met hun baan. Zij zijn vooral tevreden over de mate van zelfstandigheid, de samenwerking met collega’s en de inhoud van het werk. De minste tevredenheid is er over de beloning, loopbaanmogelijkheden en hoeveelheid werk.