De Inspectie van het Onderwijs moet de levensvatbaarheid van scholen gaan beoordelen. De inspectie zou dan moeten toetsen of de optelsom van kwaliteit, financiële situatie en ontwikkeling van het aantal leerlingen perspectief biedt op een goede school.’ Dat adviseert de Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge
Woest zijn ze, de leerkrachten die meededen aan de actie XL-klas. De eerste reactie van het ministerie over steeds vollere klassen luidde dat de kwaliteit van de leerkracht belangrijker is dan de omvang van de klas. Maar uit de praktijk klinkt een ander verhaal. Juist door volle klassen is het onmogelijk om goed onderwijs te geven.
Staatssecretaris Dekker heeft de Stichting Behoud Kleine Scholen gevraagd mee te denken over beleid voor de kleine scholen. De stichting is op die uitnodiging ingegaan.Dekker wil van de stichting horen hoe hij de krimp van het aantal kinderen op het platteland kan opvangen en tegelijkertijd besparen.
De structuur van de bekostiging in het PO en VO ondergaat een verandering, doordat een onderscheid wordt aangebracht in basisbekostiging en ondersteuningsbekostiging. Dit onderscheid was al doorgevoerd in de zorgbekostiging WSNS in het primair onderwijs, maar gaat nu ook gelden in de bekostiging van het (V)SO en in het VO.
Toetsengekte, toetsterreur. Veel schooldirecteuren hebben er wel een eigen term voor: de hoeveelheid taal en rekentoetsen die kinderen vanaf hun zesde jaar over zich heen krijgen. Volgend jaar komt er zelfs een verplichte eindtoets op alle basisscholen.